Mist

Maandagochtend, de trein terug naar het zuiden. Het was mistig, het zonlicht diffuus.
Hier en daar vonden de stralen toch ruimte om op het land te vallen zodat koeien, met
hun hoeven in grote plassen water in de wei, afwisselend in helgroen gras en in een paarlemoeren waas stonden. De trein trok erlangs, wei en waas en koeien stonden stil. Alsof het beeld nooit zou veranderen. Als een schilderij.

Bij Rotterdam was de mist verdwenen. Spiegelende kantoorramen, metaal, roodbruine bakstenen, vuil beton met graffiti. De donkerte van een tunnel, vliegtuigstrepen tussen een paar wolken.

Er waren nogal wat tunnels nodig om uit de stad te komen. In een tunnel is niets te zien als je er met een sneltreinvaart doorheen raast. In de open ruimte wel. Een zwerm vogels boven een omgeploegde akker in de volle zon. Hoopjes pompoenen, bij elkaar gelegd op het land; van een afstand leken het vleestomaten. De eeuwig bewegingloze reiger langs de sloot.

Twee vrachtboten passeerden elkaar op het Hollands Diep, doorkliefden het water, trokken pijlvormige voren in tegengestelde richtingen. Zwanen schitterden wit tussen de blikkerende golven. De horizon was verdwenen in de mist, water en lucht vloeiden bijna onzichtbaar in elkaar over.

Bomenrij in drassig landschap, bij Duivendrecht – Piet Mondriaan , 1905/06

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in eigen werk, schrijven, zien en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.